Canada

Gepubliceerd op 13 juli 2026 om 04:55

de natuur is weids

eindeloze bossen en talrijke meren

watervliegtuigjes

 beren, poema’s en eekhoorntjes

we kopen berenspray en afsluitbare tassen

we vinden het spannend maar de lokalen stellen ons gerust

de mensen zijn vriendelijk

Engels spreken zonder een taalbarrière

we genieten enorm van de gemoedelijke sfeer

grote vrijstaande huizen

van hout en glaswol, licht gebouwd en gehorig

een basement en een trap naar de woonlaag

in de dorpen groenstroken met bomen en trottoirs aan weerszijden van de weg

groen en ruim opgezet

grote campers

grote auto’s, iedereen heeft er drie

van oldsmobiel tot tesla

het is druk op de snelwegen

er zijn water restricties voor het besproeien van de tuin

overal staat aangegeven dat er gevaar voor bosbranden is

dit deel van Canada is dichter bevolkt en droger dan we hadden verwacht

van Vancouver via Vancouver Island naar Victoria

we zijn hier twee weken

eigenlijk zijn we nog lang niet uitgekeken 

 

Zondag 28 juni Nanaimo

We nemen afscheid van Harold, de man die we in Japan getroffen hebben en bij wie we in Vancouver overnacht hebben. We fietsen eerst naar de MEC, Mountain Equipment Company, waar we ons voor laten lichten over beren en poema’s die in Canada veel voorkomen. We kopen berenspray, die ook tegen poema’s helpt, een berenbel en 2 maal 15 meter touw om onze tassen op een hoogte van 2 tot 4 meter in de boom op te kunnen hangen. Grote plastic sealbags om ons eten en de toiletspullen geurdicht in te doen hebben ze niet meer. In Nanaimo, op Vancouver Island, waar we met de ferry naar toe gaan, hebben ze dat nog wel op voorraad. De aardige jongeman die ons helpt belt met de MEC in Nanaimo om het voor ons achter uit te leggen. We fietsen naar Horseshoe Bay, waar de ferry naar Vancouver Island vertrekt. We kopen twee kaartjes en zijn mooi op tijd. Er is een wachtruimte waar we naar binnen gaan. Daar zit een aantal mensen die op de ferry werkt. Ze gaan het personeel aflossen wat zo met de ferry uit Nanaimo aankomt. We raken aan de praat met een mevrouw die een Nederlandse moeder heeft en de chief steward, een grote zachtaardige man. Ik spreek mijn bewondering uit hoe men zo’n groot schip precies op de goede plek stil kan laten liggen. De man zegt ‘ik heb wat leuks in petto, hoe heet je?’ De ferry uit Nanaimo komt aan en de nieuwe lichting personeel gaat aan boord. Indrukwekkend hoeveel auto’s er van de ferry komen. Voetgangers en fietsers mogen als eerste aan boord. We gaan helemaal voorin zitten met een panoramisch uitzicht. De tocht duurt twee uur en na een uur wordt via de intercom het ‘lovely Dutch couple Johan and his wife’ uitgenodigd om naar de chief steward te komen. De man die we in de wachtruimte spraken neemt ons mee naar boven, naar de stuurhut waar de kapiteins hun werk doen. Het schip is 42 jaar oud. Over drie jaar wordt het vervangen door een nieuwe. De mannen zitten achter een grote verzameling van schermen en schakelaars. ‘Look, a whale’ zegt de kapitein. Die verschijnen niet op de radar maar zijn wel gevaarlijk in verband met mogelijke aanvaringen. We dalen weer af naar het het passagiersdek en fietsen uiteindelijk Nanaimo binnen, op zoek naar Peter, een vriend van Harold, die ons wel wil ontmoeten. Als we bij zijn huis komen verwelkomt Peter ons. Een man van 78 jaar, maar kranig. De fietsen kunnen in de basement geparkeerd worden. Hij snoeit een paar takken van de kersenboom die vol kersen zitten. We doen ons er tegoed aan. We krijgen een rondleiding door de tuin, waar wel 10 verschillende soorten bessen groeien. We gaan zijn huis binnen, via een trap in de basement naar boven, waar we in een soort leefkeuken uitkomen. De inrichting valt op. Er staat niets in de keuken, alleen maar een kleedje op de grond. ‘Ik heb geen meubels nodig’ zegt Peter. Hij begint aardappels te schillen, ‘jullie eten mee, toch?’ Hij kookt groene bladeren, een soort spinazie. ‘Ik hoop dat jullie het lekker vinden, ik heb na jarenlang alleen geweest te zijn mijn eigen kookstijl ontwikkeld.’ Nou, die heeft hij goed ontwikkeld. Toen Peter 44 jaar was hadden zijn vrouw en hij een zeilboot. Maar zijn vrouw hield bij nader inzien niet van zeilen, ze waren uit elkaar gegroeid en zijn gescheiden. Peter heeft zijn zaak verkocht en zijn vrouw heeft de woning gekocht. Vanaf toen is hij op zijn boot gaan leven. ‘De winters hier zijn saai, dus ging ik fietsen. En man, in hoeveel landen hij wel niet geweest is. De verhalen ploppen op en Peter vertelt aan een stuk door. Tien jaar later was de huizenmarkt ingestort en heeft hij voor een prikje deze woning gekocht. ‘Ik vind het prettig dat jullie er zijn, het is nu te laat om een kampeerplek te zoeken, je mag hier wel slapen.’ In een eveneens lege slaapkamer leggen wij onze matrasjes op de houten vloer.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.