we fietsen door de bossen over een oude spoorbaan
van Seattle naar Yakima
plotsklaps verandert het bos in een droge hete steppe
verlaten en vervallen boerderijen
enorme afstanden
roofvogels cirkelen in de lucht
geen mobiel bereik
natuurbranden
op een app kun je zien waar en hoe groot
we fietsen door de prachtige Yakima Canyon
en komen bij ons hotel in de buitenwijken van Yakima
leegstaande hotels, winkels en bedrijven, het gevolg van Corona
daklozen zoeken elkaar op waar eten uitgedeeld wordt
de Mexicaanse seizoensarbeiders die in alle vroegte met de bus
naar de boomgaarden gebracht worden om fruit te plukken
zitten in de schaduw van een tankstation met een fles in bruin papier naast zich
waar zijn we beland?
de Amerikaan die veel en luid praat
niet per sé knap
met een uitgesproken randje
blauw haar, piercing, tattoo, pet op, lange baard, opvallend t-shirt, overgewicht
pizza’s, hamburgers en vlees van de bbq
de knijpflessen met sauzen staan op tafel
papieren borden en plastic bestek
lekker en betaalbaar eten doen we bij een Mexicaanse food truck
de Amerikaan is hartelijk, maar tot zo ver
zo wonen ze ook, een groot hek om de tuin
van binnen is alles functioneel ontworpen
grove knoppen aan het fornuis, de magnetron nog steeds in de hoofdrol
in de winkel schappen met magnetronmaaltijden
oude auto’s staan in de tuin weg te roesten
alsof de tijd vanaf de jaren 70 stil staat
de steden zijn niet vanuit een historisch centrum gegroeid
maar hebben een rechthoekig stratenpatroon
het lijkt allemaal op elkaar
door diverse redenen lukt het fietsen niet zo
we nemen regelmatig voor 2 dollar de bus een halve dag
de fietsen voor op het fietsenrek
Crescent City
de koele zeemist waait landinwaarts
we zien de zon soms dagen niet
blaffende zeehonden
redwoods, meer dan 2000 jaar oude mammoetbomen
9 meter stam en meer dan 100 meter hoog
halen met hun bladeren vocht uit de mist
we ontmoeten Darrel en zijn vrouw Katie
Darrel is juwelenmaker
2 jaar geleden beroofd en sindsdien niet meer in zijn atelier geweest
we maken foto’s van wat hij voor zijn moeder heeft gemaakt
alsof hij in een spiegel kijkt
de energie en motivatie komen terug, hij vraagt of we willen blijven
twee weken praten en werken we in het atelier
we hebben een prachtige inkijk in het leven van een Amerikaans gezin
en zien een gebroken man opbloeien
het is hier twee keer zo duur als in Nederland
we horen veel Spaans
“sorry for Trump”
op 4 juli bestond Amerika 250 jaar
maar 150 jaar geleden was San Francisco nog Mexico
we waaien bijna van de Golden Gate Bridge af
San Francisco, de steile straten waar de auto’s in de achtervolging scènes door de lucht vliegen
chinatown
Alcatraz, de gevangenis van Al Capone
er waren veel ongelukken met de paardentrams
totdat iemand in 1885 een stalen kabel onder de weg bedacht
waar de tram zich aan vast kan grijpen
daarna maken we een rit in een zelfrijdende auto
het land van uitersten
we halen onze auto op in San Francisco
schuiven de fietsen achterin
Yosemite
de onderkant van vulkanen is naar boven gekomen
Ancient Bristlecone Pine Forest
bomen van 5000 jaar oud groeien boven de 3000 meter
Death Valley
51 graden Celsius
Las Vegas
een tijdreis van oude neon verlichting naar de 4D film in The Sphere
Zion
we maken een flashflood mee
Bryce
hoodoos, pilaren van zacht gesteente
Arches
enorme stenen bogen
Monument Valley
iconische rotspartijen
Antelope Canyon
magische kleurenpracht
Horseshoe Bend
een meander in de Colorado River
Grand Canyon
groots, wijds
stukje Route 66
we leveren de auto in in Los Angeles
the walk of fame, HOLLYWOOD, Beverly Hills
we maken een ongekend mooie roadtrip
adembenemende natuur
Donderdag 23 juli Crescent City
Het is 30 kilometer fietsen naar Grants Pass. Rond twee uur vertrekt de bus van Grants Pass naar Crescent City. We kunnen dus een bakje koffie nemen, nog een keertje in het zwembad zakken en om half tien rustig die kant op. Ondanks dat we rustig aan doen, zijn we net na achten al klaar voor vertrek. Om negen uur sta ik in mijn zwembroekje bij het zwembad. Daar krijg ik te horen dat er flinke schoonmaakwerkzaamheden uitgevoerd moeten worden, het zwembad gaat voorlopig nog niet open. De man met een hele dikke buik, zijn broek wordt omhoog gehouden door bretels, begint langzaam met een elektrische bladblazer de naalden die van de bomen gevallen zijn, bij het zwembad weg te blazen. Tsja, dit gaat nog wel even duren. Ik ben een beetje teleurgesteld en voel mij stom dat ik met mijn handdoekje en brilletje af moet taaien. Maar we vullen de bidons met water en vertrekken. Twee dames op leeftijd passeren ons op hun racefiets en groeten vriendelijk. Al gauw is er een fietspad. Het slingert door een parkachtige omgeving evenwijdig aan de snelweg. Er bevinden zich weer veel RV parken langs de route. Na 20 kilometer wordt Wen kleiner in mijn spiegel. Ondanks dat het koeler is, wil het nog niet zo. Ze heeft weer vlagen van misselijkheid. We gaan wat eten en passen het tempo aan. Dat gaat wel wat beter. We moeten met een grote brug de rivier oversteken en fietsen over de normale weg langs grote villa’s met dito tuinen die over de rivier uitkijken. We rijden Grants Pass binnen, een plaats als we kennen, orthogonaal stratenpatroon met streets and avenues. Langs de rand industrie en kantoren. Naar het centrum toe vrijstaande houten huizen en winkels. Het valt ons op dat er we nog geen daklozen gezien hebben. Maar dat beeld verandert als we bij het busstation aankomen. In de schaduw van een boom snacken we nog wat. Bij het kerkgebouw waar we naast staan arriveert een ambulance met zwaailichten en sirene en even later een brandweerauto, zo een die ik mij herinner uit mijn jeugd, het voorleesboek van de vijf brandweermannetjes. Veel mensen gaan naar binnen en even later wordt een man voor onze neus afgevoerd. Het schijnt dat hij een epileptische aanval heeft. Voor het kerkgebouw staat een bord met de tekst ‘free naloxone’. Naloxone is een middel wat de werking van bepaalde drugs tijdelijk blokkeert, waardoor mensen met een overdosis na een paar minuten weer adem kunnen halen. Onder de boom staat een grote plastic tas met spullen erin. Ik zeg tegen Wen dat ik de plek niet fijn vind en we gaan naar de overkant van de weg. Er komt een man aan, wie de eigenaar van de plastic tas blijkt te zijn. Hij zoekt iets in zijn tas, maar kan het niet vinden. Vloekend en spugend ijsbeert hij heen en weer. Er komen nog vier mensen met al hun bezittingen in een weekend tas. Ze gaan op de trap van de kerk in de schaduw zitten. Ik hoor me nog zeggen, ‘geen daklozen gezien’. Het duurt nog een uur voordat de bus komt, we besluiten op zoek te gaan naar een winkel waar ze pannenlikkers verkopen om de onze, die door eekhoorns aangevreten is, te vervangen. ChatGPT weet waar dat kan. Gelukt! Langzaam gaan we terug naar het busstation. De bus is er vroeg. De chauffeur laat ons weten dat de vertrektijd op internet niet klopt en dat we nog wel een half uur hebben. Maar de spullen mogen wel alvast achter in de bus en de fietsen voorop. De bus die de route de andere oprijdt staat er nu ook. De dame die de bus bestuurt geeft aan dat we mijn fiets het beste met een elastiek vast kunnen zetten omdat het fietsenrek niet meer helemaal strak is. Onze chauffeur komt met een spin aanzetten en wil aan de slag gaan. ‘Nee’, zegt de vrouw, ‘dat moet hij doen’. Ik denk vanwege de verantwoordelijkheid voor de fietsen en schadeclaims. Met onze vier spinnen zet ik mijn fiets mooi rechtop. Terwijl wij bij de bus staan te wachten komt er een jong meisje uit de groep daklozen onder de schaduw vandaan naar ons toe en vraagt of we geld voor wat drinken hebben. Ik vind het een akelige situatie en weet niet zo goed hoe ik moet reageren, zeg no thank you, negeer haar en begin een gesprek met Wen. Teleurgesteld druipt ze af. Tsja, was dit de juiste reactie? We zijn de enige passagiers in de bus. De chauffeur was tot zijn 73e een trauma chirurg. Maar hij had op het laatst veel last van de stress. Hij is nu 3 jaar chauffeur en rijdt vijf dagen in de week deze route, om fit te blijven zegt hij. Hij zegt dat ik op Bernhard Langer lijk, een fortuinlijk golfer. Hij speelt geen golf, een partijtje kost een paar honderd dollar, je moet je buddy een fooi geven, dames die met te dure sandwiches en drankjes langskomen, willen ook een fooi. Hij heeft wel heel veel gefietst op professioneel niveau, had benen als een kikker, vertelt hij. Hij stelde zich voor aan de vader van zijn Franse vriendin, de vader keek hem niet in de ogen maar naar zijn benen. Het is een mooie rit langs de Smith River. Maar je kunt zien dat er brand gewoed heeft. ‘Vorig jaar’, vertelt de chauffeur, ‘een grote brand. Een bosbrand kan zich wel met 50 km/u uitbreiden. Heel gevaarlijk voor de brandweerlieden. Er zijn experimenten geweest met een soort kokons, waar ze onder konden schuilen, maar ze overleefden de hitte niet. In Australië en Canada gebruiken ze die dingen niet meer omdat ze niet werken.’ Als een Amerikaan begint te vertellen, ratelt hij heerlijk door met allerlei leuke verhalen. In Crescent City pakken we onze fietsen van het rek en fietsen naar Katie, de warmshowershost bij de kerk. Katie opent de garagedeur en geeft ons een rondleiding door het gebouw naast de kerk, een ruim gebouw met professionele keuken en douche. We moeten de deuren zorgvuldig op slot doen, er zijn mensen die proberen naar binnen te komen. Voor het gebouw zit een dakloze mevrouw op de grond met al haar spullen om zich heen, ze vraagt of we een sigaret voor haar hebben. Katie vertelt dat ze in de war is. Als ik onze fietsen op slot wil doen realiseer ik mij dat het kettingslot nog achter in de bus ligt. De chauffeur heeft de laatste tassen van achter uit de bus gehaald en het slot vergeten, wij hebben er ook niet aan gedacht. Ik ben wel twee keer door de bus geweest om te kijken of er nog iets ligt, maar de kofferruimte vergeten. Ik probeer op allerlei manieren in contact te komen met de busmaatschappij. Dat lukt niet, uiteindelijk bedenken we dat de bus morgenochtend waarschijnlijk vanuit zijn eindbestemming terug rijdt naar Grants Pass, langs Crescent City.
Vrijdag 24 juli Crescent City
Ik sta op tijd bij de busstop, en ja, dezelfde bus, het slot ligt achterin. Bij de Grocery Store hanteren ze prijzen waar wij blij van worden, daar haal ik spek en worst voor de lunch. Als ik terugkom zijn er naast Katie nog vier mensen aanwezig. Met z’n allen gaan we 35 voedselpakketten maken voor de daklozen. Dat doen ze twee keer per maand. De pakketten worden uitgedeeld bij de douchebus van Mission Possible. De daklozen kunnen douchen en krijgen eten. Het pakket bestaat uit twee broodjes met een zakje mosterd en mayo, twee plakken vlees met een plakje kaas ertussen, een appel, snackgroente, chips, een cakeje en een flesje water. Alles in plastic ziplockers met houten bestek. De zakken worden in de koelkast gezet. Het wordt komende dinsdag uitgedeeld. De vrijwilligers vertrekken en wij maken ons op voor een rondje door Crescent City. We fietsen langs de prachtige kust waar een mist boven hangt. We raken aan de praat met een stel wat in twee tuinstoelen over zee uitkijkt. Ik hoor het geblaf van zeehonden, de man geeft mij zijn verrekijker en ik zie op het eiland een paar honderd meter voor de kust een hele kolonie zeehonden liggen. We fietsen langzaam door. Maar Wen wordt weer misselijk, neemt de korte route naar huis, ik maak het rondje af en gaan nog langs de winkel. Als ik thuis kom is Wen opgeknapt en zit heerlijk met Katie te kletsen, nou ja, Katie vertelt aan een stuk door.
Reactie plaatsen
Reacties