Verenigde Staten

Gepubliceerd op 19 oktober 2026 om 16:17

we fietsen door de bossen over een oude spoorbaan 

van Seattle naar Yakima

plotsklaps verandert het bos in een droge hete steppe

verlaten en vervallen boerderijen 

enorme afstanden

roofvogels cirkelen in de lucht

geen mobiel bereik

natuurbranden

op een app kun je zien waar en hoe groot

we fietsen door de prachtige Yakima Canyon

en komen bij ons hotel in de buitenwijken van Yakima

leegstaande hotels, winkels en bedrijven, het gevolg van Corona

daklozen zoeken elkaar op waar eten uitgedeeld wordt

de Mexicaanse seizoensarbeiders die in alle vroegte met de bus

naar de boomgaarden gebracht worden om fruit te plukken

zitten in de schaduw van een tankstation met een fles in bruin papier naast zich

waar zijn we beland?

de Amerikaan die veel en luid praat

niet per sé knap

met een uitgesproken randje

blauw haar, piercing, tattoo, pet op, lange baard, opvallend t-shirt, overgewicht

pizza’s, hamburgers en vlees van de bbq

de knijpflessen met sauzen staan op tafel

papieren borden en plastic bestek

lekker en betaalbaar eten doen we bij een Mexicaanse food truck

de Amerikaan is hartelijk, maar tot zo ver

zo wonen ze ook, een groot hek om de tuin

van binnen is alles functioneel ontworpen

grove knoppen aan het fornuis, de magnetron nog steeds in de hoofdrol

in de winkel schappen met magnetronmaaltijden

oude auto’s staan in de tuin weg te roesten

alsof de tijd vanaf de jaren 70 stil staat

de steden zijn niet vanuit een historisch centrum gegroeid

maar hebben een rechthoekig stratenpatroon

het lijkt allemaal op elkaar

door diverse redenen lukt het fietsen niet zo

we nemen regelmatig voor 2 dollar de bus een halve dag 

de fietsen voor op het fietsenrek

Crescent City

de koele zeemist waait landinwaarts

we zien de zon soms dagen niet

blaffende zeehonden

redwoods, meer dan 2000 jaar oude mammoetbomen

9 meter stam en meer dan 100 meter hoog

halen met hun bladeren vocht uit de mist

we ontmoeten Darrel en zijn vrouw Katie

Darrel is juwelenmaker

2 jaar geleden beroofd en sindsdien niet meer in zijn atelier geweest

we maken foto’s van wat hij voor zijn moeder heeft gemaakt

alsof hij in een spiegel kijkt

de energie en motivatie komen terug, hij vraagt of we willen blijven

twee weken praten en werken we in het atelier

we hebben een prachtige inkijk in het leven van een Amerikaans gezin

en zien een gebroken man opbloeien

 

 

het is hier twee keer zo duur als in Nederland

we horen veel Spaans

“sorry for Trump”

op 4 juli bestond Amerika 250 jaar

maar 150 jaar geleden was San Francisco nog Mexico

we waaien bijna van de Golden Gate Bridge af

San Francisco, de steile straten waar de auto’s in de achtervolging scènes door de lucht vliegen

chinatown

Alcatraz, de gevangenis van Al Capone

er waren veel ongelukken met de paardentrams

totdat iemand in 1885 een stalen kabel onder de weg bedacht

waar de tram zich aan vast kan grijpen

daarna maken we een rit in een zelfrijdende auto

het land van uitersten

 

we halen onze auto op in San Francisco

schuiven de fietsen achterin

Yosemite

de onderkant van vulkanen is naar boven gekomen

Ancient Bristlecone Pine Forest

bomen van 5000 jaar oud groeien boven de 3000 meter

Death Valley

51 graden Celsius 

Las Vegas

een tijdreis van oude neon verlichting naar de 4D film in The Sphere

Zion

we maken een flashflood mee

Bryce

hoodoos, pilaren van zacht gesteente

Arches

enorme stenen bogen

Monument Valley

iconische rotspartijen

Antelope Canyon

magische kleurenpracht

Horseshoe Bend

een meander in de Colorado River

Grand Canyon

groots, wijds

stukje Route 66

we leveren de auto in in Los Angeles

the walk of fame, HOLLYWOOD, Beverly Hills

we maken een ongekend mooie roadtrip

adembenemende natuur

 

Donderdag 23 juli Crescent City

Het is 30 kilometer fietsen naar Grants Pass. Rond twee uur vertrekt de bus van Grants Pass naar Crescent City. We kunnen dus een bakje koffie nemen, nog een keertje in het zwembad zakken en om half tien rustig die kant op. Ondanks dat we rustig aan doen, zijn we net na achten al klaar voor vertrek. Om negen uur sta ik in mijn zwembroekje bij het zwembad. Daar krijg ik te horen dat er flinke schoonmaakwerkzaamheden uitgevoerd moeten worden, het zwembad gaat voorlopig nog niet open. De man met een hele dikke buik, zijn broek wordt omhoog gehouden door bretels, begint langzaam met een elektrische bladblazer de naalden die van de bomen gevallen zijn, bij het zwembad weg te blazen. Tsja, dit gaat nog wel even duren. Ik ben een beetje teleurgesteld en voel mij stom dat ik met mijn handdoekje en brilletje af moet taaien. Maar we vullen de bidons met water en vertrekken. Twee dames op leeftijd passeren ons op hun racefiets en groeten vriendelijk. Al gauw is er een fietspad. Het slingert door een parkachtige omgeving evenwijdig aan de snelweg. Er bevinden zich weer veel RV parken langs de route. Na 20 kilometer wordt Wen kleiner in mijn spiegel. Ondanks dat het koeler is, wil het nog niet zo. Ze heeft weer vlagen van misselijkheid. We gaan wat eten en passen het tempo aan. Dat gaat wel wat beter. We moeten met een grote brug de rivier oversteken en fietsen over de normale weg langs grote villa’s met dito tuinen die over de rivier uitkijken. We rijden Grants Pass binnen, een plaats als we kennen, orthogonaal stratenpatroon met streets and avenues. Langs de rand industrie en kantoren. Naar het centrum toe vrijstaande houten huizen en winkels. Het valt ons op dat er we nog geen daklozen gezien hebben. Maar dat beeld verandert als we bij het busstation aankomen. In de schaduw van een boom snacken we nog wat. Bij het kerkgebouw waar we naast staan arriveert een ambulance met zwaailichten en sirene en even later een brandweerauto, zo een die ik mij herinner uit mijn jeugd, het voorleesboek van de vijf brandweermannetjes. Veel mensen gaan naar binnen en even later wordt een man voor onze neus afgevoerd. Het schijnt dat hij een epileptische aanval heeft. Voor het kerkgebouw staat een bord met de tekst ‘free naloxone’. Naloxone is een middel wat de werking van bepaalde drugs tijdelijk blokkeert, waardoor mensen met een overdosis na een paar minuten weer adem kunnen halen. Onder de boom staat een grote plastic tas met spullen erin. Ik zeg tegen Wen dat ik de plek niet fijn vind en we gaan naar de overkant van de weg. Er komt een man aan, wie de eigenaar van de plastic tas blijkt te zijn. Hij zoekt iets in zijn tas, maar kan het niet vinden. Vloekend en spugend ijsbeert hij heen en weer. Er komen nog vier mensen met al hun bezittingen in een weekend tas. Ze gaan op de trap van de kerk in de schaduw zitten. Ik hoor me nog zeggen, ‘geen daklozen gezien’. Het duurt nog een uur voordat de bus komt, we besluiten op zoek te gaan naar een winkel waar ze pannenlikkers verkopen om de onze, die door eekhoorns aangevreten is, te vervangen. ChatGPT weet waar dat kan. Gelukt! Langzaam gaan we terug naar het busstation. De bus is er vroeg. De chauffeur laat ons weten dat de vertrektijd op internet niet klopt en dat we nog wel een half uur hebben. Maar de spullen mogen wel alvast achter in de bus en de fietsen voorop. De bus die de route de andere oprijdt staat er nu ook. De dame die de bus bestuurt geeft aan dat we mijn fiets het beste met een elastiek vast kunnen zetten omdat het fietsenrek niet meer helemaal strak is. Onze chauffeur komt met een spin aanzetten en wil aan de slag gaan. ‘Nee’, zegt de vrouw, ‘dat moet hij doen’. Ik denk vanwege de verantwoordelijkheid voor de fietsen en schadeclaims. Met onze vier spinnen zet ik mijn fiets mooi rechtop. Terwijl wij bij de bus staan te wachten komt er een jong meisje uit de groep daklozen onder de schaduw vandaan naar ons toe en vraagt of we geld voor wat drinken hebben. Ik vind het een akelige situatie en weet niet zo goed hoe ik moet reageren, zeg no thank you, negeer haar en begin een gesprek met Wen. Teleurgesteld druipt ze af. Tsja, was dit de juiste reactie? We zijn de enige passagiers in de bus. De chauffeur was tot zijn 73e een trauma chirurg. Maar hij had op het laatst veel last van de stress. Hij is nu 3 jaar chauffeur en rijdt vijf dagen in de week deze route, om fit te blijven zegt hij. Hij zegt dat ik op Bernhard Langer lijk, een fortuinlijk golfer. Hij speelt geen golf, een partijtje kost een paar honderd dollar, je moet je buddy een fooi geven, dames die met te dure sandwiches en drankjes langskomen, willen ook een fooi. Hij heeft wel heel veel gefietst op professioneel niveau, had benen als een kikker, vertelt hij. Hij stelde zich voor aan de vader van zijn Franse vriendin, de vader keek hem niet in de ogen maar naar zijn benen. Het is een mooie rit langs de Smith River. Maar je kunt zien dat er brand gewoed heeft. ‘Vorig jaar’, vertelt de chauffeur, ‘een grote brand. Een bosbrand kan zich wel met 50 km/u uitbreiden. Heel gevaarlijk voor de brandweerlieden. Er zijn experimenten geweest met een soort kokons, waar ze onder konden schuilen, maar ze overleefden de hitte niet. In Australië en Canada gebruiken ze die dingen niet meer omdat ze niet werken.’ Als een Amerikaan begint te vertellen, ratelt hij heerlijk door met allerlei leuke verhalen. In Crescent City pakken we onze fietsen van het rek en fietsen naar Katie, de warmshowershost bij de kerk. Katie opent de garagedeur en geeft ons een rondleiding door het gebouw naast de kerk, een ruim gebouw met professionele keuken en douche. We moeten de deuren zorgvuldig op slot doen, er zijn mensen die proberen naar binnen te komen. Voor het gebouw zit een dakloze mevrouw op de grond met al haar spullen om zich heen, ze vraagt of we een sigaret voor haar hebben. Katie vertelt dat ze in de war is. Als ik onze fietsen op slot wil doen realiseer ik mij dat het kettingslot nog achter in de bus ligt. De chauffeur heeft de laatste tassen van achter uit de bus gehaald en het slot vergeten, wij hebben er ook niet aan gedacht. Ik ben wel twee keer door de bus geweest om te kijken of er nog iets ligt, maar de kofferruimte vergeten. Ik probeer op allerlei manieren in contact te komen met de busmaatschappij. Dat lukt niet, uiteindelijk bedenken we dat de bus morgenochtend waarschijnlijk vanuit zijn eindbestemming terug rijdt naar Grants Pass, langs Crescent City.

Vrijdag 24 juli Crescent City

Ik sta op tijd bij de busstop, en ja, dezelfde bus, het slot ligt achterin. Bij de Grocery Store hanteren ze prijzen waar wij blij van worden, daar haal ik spek en worst voor de lunch. Als ik terugkom zijn er naast Katie nog vier mensen aanwezig. Met z’n allen gaan we 35 voedselpakketten maken voor de daklozen. Dat doen ze twee keer per maand. De pakketten worden uitgedeeld bij de douchebus van Mission Possible. De daklozen kunnen douchen en krijgen eten. Het pakket bestaat uit twee broodjes met een zakje mosterd en mayo, twee plakken vlees met een plakje kaas ertussen, een appel, snackgroente, chips, een cakeje en een flesje water. Alles in plastic ziplockers met houten bestek. De zakken worden in de koelkast gezet. Het wordt komende dinsdag uitgedeeld. De vrijwilligers vertrekken en wij maken ons op voor een rondje door Crescent City. We fietsen langs de prachtige kust waar een mist boven hangt. We raken aan de praat met een stel wat in twee tuinstoelen over zee uitkijkt. Ik hoor het geblaf van zeehonden, de man geeft mij zijn verrekijker en ik zie op het eiland een paar honderd meter voor de kust een hele kolonie zeehonden liggen. We fietsen langzaam door. Maar Wen wordt weer misselijk, neemt de korte route naar huis, ik maak het rondje af en gaan nog langs de winkel. Als ik thuis kom is Wen opgeknapt en zit heerlijk met Katie te kletsen, nou ja, Katie vertelt aan een stuk door.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.